Zomertijd en wintertijd

Het is een halfjaarlijks terugkerend fenomeen: het vooruitzetten van de klok in maart om over te schakelen op zomertijd, en het achteruit zetten van de klok in oktober om over te schakelen op wintertijd. Vooral in maart is niet iedereen het eens met het sprongetje: we slapen dan een uurtje minder, wat bij sommigen tijdelijk zorgt voor een verstoord slaapritme.

Ook vanuit praktische overwegingen, zijn er best wel wat tegenstanders. Lees hier waarom zomertijd en wintertijd in het leven werden geroepen.

Klok vooruit, klok achteruit

De zomertijd zoals we die vandaag kennen, werd in 1905 bedacht door de Britse aannemer William Willet. Oorspronkelijk bestond dus enkel de wintertijd.

Waarom heeft William Willet deze dan in het leven geroepen? Omdat hij zich realiseerde dat een groot deel van de bevolking nog sliep, terwijl het eigenlijk al lang dag was. Dat hij tevens zijn avondlijke golfpartijen moest stoppen omdat het donker werd, zou zijn motivatie verder hebben aangewakkerd.

Willet zou zijn hele leven lobbyen om de zomertijd in te voeren, maar het was uiteindelijk Duitsland en niet Groot-Brittanië die op 30 april 1916 als eerste zwichtte. Het was namelijk de ideale maatregel om in oorlogstijd kostbare kolen te besparen. Andere landen volgden Duitsland al snel. Sterker nog, sinds 2002 doet zelfs de hele EU mee.

Waarom zomertijd?

De zomertijd beschermt onze nachtrust. Zonder zomertijd zou het eind juni in het holst van de nacht licht worden, en omstreeks half tien ‘s avonds terug donker. Door een sprongetje te maken met de klok, wordt het later licht, en dus ook later donker. Doordat er pas later verlichting nodig is, verbruiken huishoudens tevens minder stroom.

Waarom geen zomertijd?

…maar er zijn dus ook nadelen. Zo zou de zomertijd de prestaties van scholieren en sporters negatief beïnvloeden. De verschuiving van onze biologische klok, maakt namelijk dat we (zij het kortstondig) cognitief en fysiek minder goed functioneren. De eerste dagen na de invoering van het zomeruur worden er zelfs meer verkeersongevallen vastgesteld, omdat mensen niet goed uitgeslapen achter het stuur van de wagen kruipen.

Daarnaast zijn mensen door hun slaaptekort ook prikkelbaarder, waardoor er meer kalmeermiddelen genomen worden.

Verder brengt de uurwisseling ook extra risico met zich mee, voor mensen die gevoelig zijn aan een hartinfarct. Twee Zweedse onderzoekers, genaamd Imre Janszky en Rickard Ljung, onderzochten namelijk de invloed van de uurverandering op het aantal diagnoses van hartinfarct. De onderzoekers ontdekten dat de eerste drie dagen na de uurverandering in de lente het aantal infarcten maar liefst met 5% gestegen was! Bij de uurwisseling in de herfst daarentegen, werd een daling van het aantal hartinfarcten vastgesteld.

Een laatste argument om de zomertijd af te schaffen, is de verhoging van luchtverontreiniging en fotochemische polluenten tijdens deze periode. Doordat het langer licht is, worden primaire vervuilers omgezet in secundaire vervuilers en blijft de vervuiling laag hangen. Tijdens de zomer krijgen we dus vaker te maken met smogalarm. Ook het gebruik van airco op het werk en in de auto neemt significant toe doordat het overdag langer warm is. Is de zomertijd dus wel zo goed voor het milieu als we initieel denken? En weegt het voordeel van minder stroom op tegen de verhoogde luchtverontreiniging?

Volgens ons toch wel stof tot nadenken!