Slapen op een matras op maat: resultaten & ervaringen

We krijgen vaak de vraag of dat nu echt een verschil maakt, slapen op een matras op maat. Wij durven hier volmondig ja op zeggen!

Niet alleen omdat we dit wetenschappelijk onderzocht hebben, maar ook omdat onze klanten dit zo ervaren. Al onze klanten krijgen namelijk een vragenlijst toegestuurd wanneer ze ongeveer een maand op hun matras slapen.

Hierin krijgen ze de mogelijkheid om hun bevindingen op vlak van slaapkwaliteit en de evolutie van eventuele nek, schouder- of rugklachten aan ons kenbaar te maken.

Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste resultaten.

De slaapkwaliteit op een matras op maat

Slaapkwaliteit is een subjectieve score van 1 tot 10 die aangeeft in welke mate u zelf vindt of u goed hebt geslapen.

1 komt overeen met “extreem slecht” en 10 komt overeen met “extreem goed”. Het is een score die vaak wordt gebruikt in slaaponderzoek naast andere objectieve parameters.

De score is niet geschikt om de slaap van verschillende personen te vergelijken, maar wel om de evolutie van de slaap van dezelfde persoon te meten.

Onze klanten geven aan dat de slaapkwaliteit stijgt van 5,4/10 op hun vorige matras naar 8,6/10 op hun persoonlijk aangepaste Equilli matras.

Dat komt overeen met een gemiddelde stijging van 59%!

Evolutie van pijnklachten

We gaven in een eerder artikel al aan dat rugpijn, en bij uitbreiding ook andere pijnklachten, een heel diverse oorsprong kunnen hebben:

  • Te lang in dezelfde houding staan
  • Te lang in dezelfde houding zitten en zelfs liggen
  • Te vaak dezelfde beweging doen
  • … 

Het kan op lange termijn tot stabiliteitsverlies leiden en één van de redenen zijn waarom mensen pijn krijgen.

Natuurlijk is een matras op maat geen wondermiddel dat alle rugklachten uit de wereld helpt. Toch vormt dit een essentieel onderdeel in het bestrijden en het voorkomen van (lage) rugpijn. En onze klanten beamen dit.

We zien dat onze klanten aangeven dat ze beduidend minder klachten hebben bij het opstaan op een matras op maat aangepast aan hun lichaam in vergelijking met hun vorige matras.

En dat niet alleen. Ook de klachten die mensen overdag nog ervaren (en dus niet enkel net na het opstaan) zien we beduidend dalen.

Dit geeft duidelijk aan dat een persoonlijk aangepaste matras een belangrijk element kan zijn in de bestrijding en het voorkomen van rugklachten.

Tot slot is het ook interessant om te kijken naar de evolutie van het aantal mensen dat volledig pijnvrij is (bij het opstaan en overdag).

Ook hier zien we dat de introductie van een matras op maat een duidelijk positief effect teweegbrengt!

Het aantal mensen dat overdag geen klachten meer ondervindt, stijgt met 68% en het aantal mensen dat bij het opstaan geen klachten meer ervaart, stijgt met maar liefst 250%!

Conclusie

Ergonomisch slapen wordt nog te weinig meegenomen in de strijd tegen nek-, schouder- of rugklachten. Onze gegevens geven duidelijk aan dat een matras op maat van uw lichaam hierin wel degelijk een belangrijke rol kan spelen.

Bovendien geven mensen aan ook een veel betere slaapkwaliteit te ervaren. Ergonomisch slapen vormt een belangrijk onderdeel bij het onderhouden van een gezonde rug- en slaaphygiëne en bij uitbreiding van een gezonde levensstijl.

Slaapverlamming: wanneer u wakker wordt en niet meer kan bewegen

Slaapverlamming of slaapparalyse is een slaapstoornis die valt onder de parasomnieën.

Dit zijn slaapstoornissen waarbij vreemd gedrag optreedt in specifieke slaapstadia of in de overgang van slapen naar wakker worden. Slaapwandelen en tandenknarsen zijn voorbeelden van parasomnieën. Dyssomnieën zijn op hun beurt slaapstoornissen die de kwaliteit en lengte van de slaap beïnvloeden. Voorbeelden zijn insomnie, hypersomnie of slaapapneu.

Slaapverlamming houdt in dat u wakker wordt en niet kunt bewegen. Bij sommige mensen gebeurt het heel sporadisch, maar anderen hebben het meerdere keren per nacht.

Ontdek hier wat het is, wat de mogelijke oorzaken zijn, en wat u ertegen kan doen als het u overkomt.

Wat is slaapverlamming?

Slaapverlamming of slaapparalyse houdt in dat u wakker bent maar dat uw spieren tijdelijk verlamd zijn.

Het is een fase tussen slapen en wakker worden en het kan voorkomen wanneer u in slaap valt (hypnagoge of predormitale vorm) of wanneer u net wakker wordt (hypnopompe of postdormitale vorm).

Slaapverlamming kan voorts gepaard gaan met hallucinaties: u ziet, hoort of voelt dingen die er niet zijn. Zo kan u het gevoel hebben dat er iemand in de kamer staat of u kan deuren horen opengaan. De reden: slaapparalyse komt meestal voor tijdens de REM-slaap, de slaapfase waarin u droomt. Uw slaapkamer, bijvoorbeeld, heeft u al zoveel keer gezien dat u het heel gedetailleerd kan dromen.  

Het is normaal dat uw spieren verlamd zijn tijdens de REM-slaap. Alleen de oogspieren, de longen en het hart zijn nog actief. Zo voorkomt uw lichaam dat de bewegingen in uw dromen ook echt uitgevoerd worden.

Bij slaapparalyse blijven uw spieren verlamd terwijl u tussen slapen en wakker zijn in zit, waardoor u zich niet kan bewegen of praten. Dit kan beangstigend zijn, zeker in combinatie met hallucinaties, maar het houdt geen geen medisch risico in.  

Slaapverlamming gebeurt meestal voor de eerste keer tijdens de tienerjaren. Het komt het meeste voor bij mannen en vrouwen tussen de 20 en 30 jaar, maar het kan ook tot op latere leeftijd blijven duren. Het is een vrij courant slaapprobleem en u heeft meer kans als een familielid het ook heeft.

Mogelijke oorzaken

  • Een tekort aan slaap of een vaak wisselend slaapschema;
  • Stress;
  • Een andere slaapstoornis, bijvoorbeeld narcolepsie;
  • Een psychische stoornis;
  • Een medische aandoening;
  • Het gebruik van bepaalde medicatie;
  • Middelenmisbruik;
  • Tot slot lijkt het ook vaker voor te komen als u op uw rug slaapt.

Wat kan u ertegen doen?

Als u zich herkent in één van de mogelijke oorzaken, pakt u die best eerst aan.

U kan ook hulp zoeken bij een dokter, psychiater of slaapspecialist. Die kunnen eventueel medicijnen voorschrijven.

Slaapverlamming heeft in de meeste gevallen geen invloed op de slaap of de gezondheid, maar zoals gezegd kan het beangstigend zijn of kan u er last van krijgen als het regelmatig voorkomt.

Een episode van slaapparalyse gaat meestal vanzelf over.

Het kan helpen dat iemand u aanraakt of tegen u praat. Als u zelf probeert om te bewegen of snel met uw ogen heen en weer beweegt, kan het ook sneller stoppen.

Om te voorkomen dat u terugvalt in een slaapverlamming als u opnieuw in slaap valt, blijft u best een tijdje wakker en is het ook raadzaam om een andere positie in bed aan te nemen. Als u bijvoorbeeld op uw rug lag, kan u nadien op uw zij proberen te slapen.

Altijd moe? Alles over CVS of chronische vermoeidheid

Vermoeidheid is een probleem waar veel mensen mee kampen.

De oorzaak hiervan ligt vaak in een slaaptekort, een slaapprobleem zoals narcolepsie of insomnie, een verouderde matras of een foutieve slaaphouding.

Toch zijn er ook bepaalde gevallen waarbij u last hebt van uitzonderlijke vermoeidheid zonder dat er een eenduidige oorzaak bekend is. Denk bijvoorbeeld maar aan CVS of het chronische vermoeidheidssyndroom, een aandoening waarbij uw vermoeidheid al langer dan zes maanden aanhoudt en zelfs zo extreem is dat deze een aanzienlijke impact heeft op uw werk en uw dagelijkse leven.

Wat is chronische vermoeidheid of CVS?

Chronische vermoeidheid of kortweg CVS, is een chronische aandoening, waar tot op vandaag nog maar weinig over bekend is.

Zowel over de oorzaak, de diagnose als de behandeling bestaan nog veel onduidelijkheden.

Over het algemeen wordt CVS beschreven als een geheel van kenmerken die een langdurige, overweldigende vermoeidheid met zich meebrengen, en dat vanaf het ontwaken totdat u terug gaat slapen.

Daarnaast ervaart u nooit het gevoel van uitgeslapen te zijn en kan u hierdoor nauwelijks tot niet functioneren doorheen de dag.

Wat intussen echter wel bekend is over het chronische vermoeidheidssyndroom, is dat deze jaar na jaar onder de bevolking blijft toenemen en dat deze doorgaans bij vrouwen in de leeftijdscategorie van 25 tot 45 jaar voorkomt. Verder zijn er ook verschillende bronnen die aangeven dat chronische vermoeidheid vaker voorkomt bij mensen met fibromyalgie en mensen die hooggevoelig zijn.

De diagnose van CVS

De diagnose van CVS of chronische vermoeidheid kan alleen maar gesteld worden wanneer u last heeft van een langdurige, niet te verklaren vermoeidheid die al langer dan zes maanden aanwezig is.

Daarnaast moeten tenminste nog vier van onderstaande symptomen aanwezig zijn om de diagnose van chronische vermoeidheid te kunnen stellen:

  • een concentratieprobleem of een probleem met het kortetermijngeheugen;
  • complicaties met de lymfeklieren;
  • een onderbroken slaap;
  • keelpijn en hoesten;
  • regelmatige gewrichtspijnen;
  • een vorm van hoofdpijn, die langdurig aanhoudt;
  • een aanhoudend gevoel van ziekte en vermoeidheid die langer dan 24 uur duurt, nadat u aan beweging heeft gedaan.

Chronische vermoeidheid wordt trouwens enkel en alleen bevestigd wanneer u na verschillende onderzoeken kan aantonen dat u geen andere complicaties of aandoeningen heeft.

Tips om om te gaan met chronische vermoeidheid

Heeft u via uw arts de diagnose ontvangen dat u chronische vermoeidheid heeft?

Dan is het van groot belang om uw huidige levensstijl drastisch aan te passen, ook al lijkt dit niet meteen zo vanzelfsprekend.

Hieronder alvast enkele tips die u kunnen helpen om te leren omgaan met uw chronische vermoeidheid:

  • Ga op zoek naar een nieuw evenwicht dat rekening houdt met uw beperkingen.
  • Rust voldoende uit, maar probeer alsnog te blijven bewegen binnen uw mogelijkheden en in overleg met uw dokter.
  • Luister op tijd naar de signalen die u van uw lichaam ontvangt.
  • Aanvaard dat u niet alles onder controle heeft.
  • Leer u ondanks de klachten en de pijn, te focussen op de dingen die nog wel kunnen.
  • Laat u niet door anderen onder druk zetten.
  • Geef aan wanneer een gesprek of activiteit niet (meer) gaat.

Naast bovenstaande tips kan u, in samenspraak met uw arts, er ook voor kiezen om cognitieve gedragstherapie op te starten.

Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van verschillende behandelingen, waarbij de therapeut zich richt op het verbeteren van de slaap door middel van cognitieve therapie, ontspanningstechnieken en gedragstherapeutische technieken zoals slaapbeperking en stimuluscontrole.

Slaap en de rug: alles over de wervelkolom

De wervelkolom is een complexe structuur met als voornaamste functies de bescherming van het ruggenmerg, alsook de ondersteuning en beweeglijkheid van het lichaam. Dat lijken moeilijk te verenigen taken, maar de wervelkolom is gelukkig slim opgebouwd.

Je kunt drie zones herkennen:

  • 7 halswervels
  • 12 borstwervels
  • 5 lendewervels

Elke zone heeft zijn functie in het dagelijks functioneren van de mens.

Slaap en de rug: alles over de wervelkolom

Functies van de wervelkolomzones

De nek is de meest beweeglijke regio, gevolgd door de lendenregio en de borstregio. Dit heeft onder andere te maken met de individuele discushoogte, die in de nek lager is. 

De ribben hebben als functie om de vitale organen, zoals hart en longen, te beschermen. Hierdoor ontstaat er echter een verminderde beweeglijkheid ter hoogte van de middenrug.

Het heiligbeen en staartbeen behoren tot het bekken, waarvan respectievelijk 5 en 3 tot 4 wervels met elkaar vergroeid zijn, wat de basis vormt voor de wervelkolom.

De vorm van de wervelkolom

De wervelkolom heeft in gezonde toestand de vorm van een ‘S’ in zijaanzicht en een rechte lijn in achteraanzicht. De termen die u in deze context vaak hoort, zijn kyfose en lordose.

Kyfose is de kromming met de bolle kant naar achter. Dit ziet men bij het borst- en bekkengedeelte van de wervelkolom.

Lordose daarentegen, is de kromming met de holle kant naar achteren, wat te zien is ter hoogte van de nek en de lage rug.

Dit is ook de vorm die een goed slaapsysteem moet nastreven, zodat de spieren maximaal kunnen ontspannen en de tussenwervelschijven kunnen rehydrateren.

Verschillende onderdelen

De wervelkolom bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk uit (1) wervels, (2) tussenwervelschijven, (3) spieren en (4) gewrichtsbanden, maar ook het (5) ruggenmerg, wat het communicatiekanaal is van de hersenen met de spieren en de organen.

Wervels

De wervels zorgen dat er steun geboden wordt aan het volledige lichaam. Het dient als het ware als  ‘ophangsysteem’ voor de aanhechting van spieren en gewrichtsbanden. Verder beschermen ze het ruggenmerg.

Tussenwervelschijven

De tussenwervelschijven (discussen) zijn van visco-elastische aard en zorgen voor de schokdemping en de beweeglijkheid van de wervelkolom. Tussen elke twee wervels bevindt zich, zoals de naam het zegt, één tussenwervelschijf.

Een tussenwervelschijf bestaat uit een gel-achtige kern met daarrond ringen van vezelig kraakbeen. Deze ringen proberen ervoor te zorgen dat de kern niet vrijkomt. Indien dit toch gebeurt, dan spreken we van een hernia.

Een tussenwervelschijf bestaat voor meer dan 90 procent uit water. Een deel van dit vocht wordt er tijdens de dag door de zwaartekracht langzaam uitgeduwd. Dit is een van de oorzaken waardoor we tot 2 cm kleiner zijn op het einde van de dag.

Tijdens de nacht moet de tussenwervelschijf dit vocht weer opnemen. Je kan dit het best vergelijken met een natte spons; duw je hem plat, dan stroomt het water eruit— laat je de druk weer los, dan zal het water weer opgenomen worden.

Tussenwervelschijven zijn maar heel beperkt tot niet doorbloed. Hierdoor kunnen ze zich, eenmaal beschadigd, slechts minimaal herstellen.

Spieren

Deze zorgen dat we ons lichaam en onze wervelkolom doelbewust kunnen bewegen. Verder helpen ze bij de stevigheid van onze wervelkolom bij alle activiteiten. Een goede spiercontrole is daarom essentieel voor het functioneren van de mens in het dagelijkse leven.

De wervelkolom is zo opgebouwd dat hij de mogelijkheid heeft om heel grote krachten te verduren, en onze rug dus weldegelijk tegen een stootje kan. Je moet dus niet bang zijn, zolang je hem correct gebruikt.

De wervelkolom, slaap en uw rug

Gewrichtsbanden

De gewrichtsbanden (of ligamenten) zijn gemaakt om overmatig bewegen tegen te gaan. Dit wil zeggen dat zij helpen de stabiliteit van de wervelkolom te bewaren. Deze lopen van wervel tot wervel, of over de volledige lengte van de wervelkolom.

Wat is REM-slaap nu eigenlijk?

Tijdens de nacht gaat u door verschillende slaapstadia in een vaste volgorde, met als laatste fase de REM-slaap. Elke nacht gaan we de slaapcyclus zo’n 4 tot 6 keer door. Belangrijk om weten: een cyclus duurt ongeveer anderhalf uur, en u bent het meest uitgerust als u aan het einde van een volledige cyclus wakker wordt. U houdt hier dus best rekening mee bij het slapengaan!

Hieronder zetten we de slaapstadia op een rijtje.

Overgangsfase

Het eerste stadium duurt drie tot vijf minuten en is de overgang tussen slapen en waken, waarbij de lichaamstemperatuur daalt en uw spieren ontspannen.

Tijdens de overgangsfase kan u langzame oogbewegingen (SEM) waarnemen. Het is tevens tijdens deze fase dat u soms het gevoel hebt dat u valt. Dit is een slaapstuip en het wordt veroorzaakt door een korte aanspanning van uw arm- en beenspieren. Daardoor bent u terug even wakker. Ook van geluiden kan u in deze fase nog wakker worden.

Diepere slaap

Tijdens het tweede stadium slaapt u al iets dieper. Deze fase duurt ongeveer 30 minuten en betekent het begin van de ‘echte’ slaap. Gemiddeld brengen we ongeveer de helft van de nacht door in dit stadium. U wordt niet meer zomaar wakker van geluid.

Zeer diepe slaap

Het derde en vierde stadium worden meestal samen bekeken.

U bent nu erg ontspannen en moeilijk wakker te krijgen. De ademhaling is diep en de hartslag is langzaam en regelmatig. Deze fase is enorm belangrijk aangezien er groeihormonen vrijkomen en het lichaam zich kan herstellen (fysiek herstel).

Aan het begin van de nacht duurt deze fase lang, maar in de volgende cycli wordt deze steeds korter. Ook als u ouder wordt, gaat deze slaapfase meestal korter duren. 

REM-slaap

In het vijfde stadium begint de REM-slaap of droomslaap. Deze fase werd genoemd naar de ‘Rapid Eye Movements’ die u dan maakt.

De grote spieren van uw ledematen zijn verlamd, anders zou u uit bed kunnen gaan tijdens uw droom. Tijdens de REM-slaap zijn de hersenen heel actief, en ook de ademhaling en hartslag gaan omhoog. Wetenschappers weten nog niet exact waarom, maar ze vermoeden dat het te maken heeft met het verwerken van informatie en emoties (mentaal herstel).

De REM-slaap duurt steeds langer naarmate de nacht vordert. In het totaal neemt de droomslaap ongeveer een vierde van de slaapduur in beslag.  

Wat is slaapwandelen en wat is de oorzaak?

In een vorig artikel over slaapstoornissen hadden we het al even kort over slaapwandelen, maar hier gaan we er wat dieper op in. De medische term voor slaapwandelen is somnabulisme – het is een stoornis waarbij zich een abnormaal verschijnsel voordoet tijdens de slaap. Op zich is slaapwandelen een onschuldige gedraging, maar er zijn wel een paar aandachtspunten.

Wat is slaapwandelen?

Er bestaan 2 soorten slaapstoornissen: dyssomnieën en parasomnieën. Slaapwandelen valt onder de parasomnieën, wat concreet wijst op een abnormale gedraging tijdens de slaap.

Maar wat is slaapwandelen nu precies? Slaapwandelaars verlaten hun bed terwijl ze slapen om rond te wandelen of een normale activiteit uit te voeren. Het begint meestal één tot drie uur na het inslapen, tijdens de diepe slaap. Het duurt ongeveer 10 minuten, maar het kan tot een uur duren. Omdat u tijdens de handelingen bij slaapwandelen niet bij bewustzijn bent, herinnert u er zich de volgende dag ook niets meer van. De wetenschappelijke term is somnambulisme.

Slaapwandelen komt vrij vaak voor: ongeveer 15 % van de kinderen heeft minstens één keer geslaapwandeld. Bij jongens komt het vaker voor en het begint meestal vanaf vier jaar. Normaal gezien stopt het slaapwandelen tijdens de puberteit. Bij volwassenen komt het ook voor, maar dan heeft het meestal meer specifieke oorzaken.

Oorzaken van slaapwandelen

Erfelijkheid speelt bij meer dan de helft van de slaapwandelaars een belangrijke rol. Er zijn ook een aantal factoren die slaapwandelen kunnen uitlokken:

  • slaaptekort
  • koorts
  • jetlag
  • slapen in een onbekende omgeving
  • hevige emoties
  • stress
  • alcohol, cafeïne of bepaalde geneesmiddelen.

Wat te doen bij slaapwandelen?

Het is een mythe dat het gevaarlijk is om slaapwandelaars wakker te maken. Op zich kan het geen kwaad, maar men zal waarschijnlijk wel verward wakker worden. Daarom is het beter om iemand die aan het slaapwandelen is rustig naar zijn bed te begeleiden.

Op zich is slaapwandelen onschuldig, het enige gevaar is dat ze zich kunnen kwetsen aan objecten in de omgeving. Dit kan voorkomen worden door de slaapkamer op te ruimen en geen dingen op de grond te laten liggen, de trap af te sluiten en ramen en deuren dicht te doen zodat de slaapwandelaar niet naar buiten kan. Ook bestaan er speciale sensormatten die afgaan als de slaapwandelaar er op gaat staan. Die kan u bijvoorbeeld voor de deur van uw slaapkamer leggen.

Als u toch hinder ondervindt van slaapwandelen kan u naar een slaapcentrum gaan. Er kunnen dan geneesmiddelen voorgeschreven worden, maar ook relaxatie- en gedragstherapie kunnen een oplossing bieden.

Hoe het ‘kruipeffect’ kan leiden tot rugklachten

Ooit gehoord van het ‘kruipeffect’? Dit verschijnsel treedt op in uw rug als deze zich te lang in een uitgesproken bolle, holle of gedraaide positie bevindt.

Een voorbeeld: u zit een beetje doorgezakt in de zetel want u bent moe en verdient het wel om even te ‘hangen’. U kijkt een leuke film zonder reclameblokken (Thanks, Netflix!), die twee uur duurt. Doordat de film zo enorm spannend is, blijft u gedurende twee uur onafgebroken in een doorgezakte houding kijken. Als u dan na de film terug wil rechtstaan, gaat dat niet zo vlot. U voelt zich stijf en zelfs een beetje onstabiel. Allemaal dankzij het kruipeffect.

Wat is het kruipeffect

Het kruipeffect treedt op bij visco-elastische structuren (lees: collageen). De ligamenten of gewrichtsbanden, pezen, kapsels rond de gewrichten, spieren en ook de ringen van de tussenwervelschijven bevatten collageenvezels die taai-elastisch zijn. Dat betekent concreet dat ze kunnen worden uitgerekt, hoewel dat een pak stroever gebeurt dan (bijvoorbeeld) bij een elastiek.

Ook als u de rek stopt, keren de vezels niet meteen terug naar de beginpositie. Het duurt een tijdje voor de structuren weer voldoende kort zijn om de bescherming te kunnen bieden waarvoor ze zijn gemaakt.

Lang hangen

Door een hangende houding aan te nemen, worden de ligamenten en kapsels achteraan in de rug in een lichte, continue rek gebracht. Onder invloed van de tijd, rekken deze structuren verder uit, zonder dat u het in de gaten heeft.

Het kan best zijn dat u zich na een uurtje al eventjes heeft verzet, gewoon omdat u een pijnsignaal kreeg van uw rug. Dat zijn deze structuren die een boodschap sturen dat het stilaan tijd wordt om te stoppen met dat ‘kruipen’.

Zelfs als u na een tijdje rechtstaat, keren deze structuren nog niet helemaal terug naar hun oorspronkelijke lengte! Afhankelijk van hoe lang u hebt gezeten, kan dit uren duren. Hoe ouder u bent, hoe trager dit terugkeerproces plaatsvindt.  

Omdat de ligamenten en kapsels niet meteen terug naar hun oorspronkelijke status gaan, blijft u dus na een film van twee uur enige tijd minder goed beschermd tegen inwerkende krachten.

Wie?

Mensen die hele dagen in een voorovergebogen houding werken en mensen die repetitief moeten buigen om bijvoorbeeld zware dozen te tillen, zijn zeer onderhevig aan het kruipfenomeen, net als beeldschermwerkers die op een niet-ergonomische stoel zitten en daardoor hun lage rug continu in een bolle kromming houden.

Niet alleen de gebogen houding is een boosdoener, ook de gedraaide posities (denk maar aan uw gedraaide nekpositie in buiklig) en trillingen veroorzaken op lange termijn klachten omwille van het kruipeffect.

Kruip en slaap

Na de film is het stilaan bedtijd.  U stapt in bed en neemt een comfortabele zijlighouding aan – de benen opgetrokken, de rug zalig gebold.  De structuren die nog moeten herstellen van dat kruip, worden alweer op rek gebracht en kunnen dus niet terug naar die oorspronkelijke lengte gaan! De nacht zal met andere woorden niet helpen om de volgende dag fris en soepel op te staan. Hoe minder goed de ondersteuning van uw bedsysteem is, hoe groter de spanning op de rugstructuren, en dus hoe minder goed het herstel van het kruipfenomeen.

Vaak is de nacht te kort om volledig te herstellen van het kruipeffect en dat betekent dat er cumulatief heel veel spanning op uw ligamenten en kapsels wordt gebracht wat uiteindelijk kan leiden tot kleine scheurtjes, een blijvend licht uitgerekt ligament, en zelfs rug- en gewrichtsklachten.  

Wat kunt u eraan doen?

Hoe meer u beweegt, hoe minder het kruipeffect zal spelen. Een goede houding werkt ook preventief, maar variëren, doseren en bewegen is de boodschap! Verander regelmatig van zithouding, sta recht, beweeg en doe alles met mate. Toch te lang in die voorovergebogen houding gewerkt? Hou er dan rekening mee dat u tot een aantal uren daarna geen rugbelastend werk uitvoert.

Besef verder heel goed dat de slaap dient om van dit kruipeffect te herstellen. Een goed ondersteunend bedsysteem, een goede slaaphouding en voldoende nachtrust zijn van groot belang in de preventie en in de aanpak van rug- en  nekklachten.

De structuur van slaap

Vroeger ging men ervan uit dat tijdens de slaap onze hersenen zich in een passieve staat bevonden, alsof ze als het waren werden uitgezet. Niets is minder waar! Slapen is namelijk een actieve toestand voor onze hersenen waarin we verschillende fasen doorlopen. Elk van deze slaapfasen hebben een specifieke functie om ons lichamelijk en geestelijk fit te houden.

Wat is een slaapcyclus?

We kunnen in feite twee soorten slaap onderscheiden: Non-REM slaap en REM slaap. REM staat voor “Rapid Eye Movement”. Binnen de Non-REM slaap maken we verder onderscheid tussen:

  • Fase 1: de overgang tussen waak en slaap
  • Fase 2: lichte slaap
  • Fase 3 & 4: diepe slaap (ook wel SWS of “Slow Wave Sleep” genoemd)

Een slaapcyclus bestaat uit de opeenvolging van de verschillende fasen non-REM slaap (1 tem 4) gevolgd door REM slaap.

structuur van uw slaap - rem slaapEen volledige slaapcyclus neemt ongeveer 1,5 uur tijd in beslag en herhaalt zich 4 tot 5 keer per nacht. Tijdens de eerste slaapcycli zien we merkelijk meer diepe slaap en minder REM slaap, in de tweede helft van de nacht is dit net omgekeerd.

De slaapfasen: elk hun functie

De diepe slaap zorgt voor de fysieke herstelfunctie van onze slaap. Allerlei stoffen (onder meer groeihormoon) worden aangemaakt die bijdragen om lichamelijk te recupereren. De hersengolven vertragen en vergroten in amplitude. Het kost veel moeite om iemand te wekken uit diepe slaap en dit gaat gepaard met desoriëntatie en grote sufheid.

Tijdens de REM slaap (ook wel droomslaap genoemd) zijn onze hersenen zeer actief. Het is in deze fase dat onze dromen meestal voorkomen. De ogen maken snelle bewegingen (“rapid eye movements”) en de spanning in de skeletspieren valt weg. REM slaap is cruciaal voor het verwerken van informatie, het leggen van nieuwe verbanden en onze mentale fitheid.

Het mag duidelijk zijn waarom we slapen. Een goede slaap is belangrijk om het risico op fysieke (verhoogd bloeddruk, hartaandoeningen, suikerziekte, mogelijk zelfs dementie, …) en mentale gezondheidsproblemen (depressie, burn-out, angstaanvallen, …) te verminderen.

Slapen en dromen: dit moet je weten

‘s Nachts slapen houdt ons lichamelijk en geestelijk fit. Dat betekent natuurlijk niet dat onze hersenen gedurende onze nachtrust niet actief zijn, integendeel zelfs!

Tijdens onze slaap doorlopen we namelijk verschillende fasen die elk een specifieke functie hebben. Zo doorlopen we achtereenvolgens fase 1 & 2 (lichte slaap), fase 3 & 4 (diepe slaap)  waarna we in ‘REM slaap’ terechtkomen.  Zulke slaapcyclus herhaalt zich 4 tot 5 keer per nacht.

Hoewel dat misschien zo aanvoelt, dromen we allesbehalve acht uur aan een stuk. Vooral tijdens de REM slaap, komen levendige dromen voor. Deze REM periode duurt zo’n 5 à 45 minuten per cyclus.

Wat is de REM slaap?

REM staat voor ‘rapid eye movement’. Het is de slaapperiode waarbij elke spanning in de skeletspieren wegvalt en onze ogen snelle horizontale en verticale bewegingen maken. Gemiddeld maken we doorheen de nacht zo’n 5 REM periodes mee, die aanvankelijk kort zijn, maar tot 45 minuten kunnen oplopen naarmate de nacht vordert.

De functie van de REM slaap, en dus ook de reden waarom we dromen, is niet volledig gekend. Zeker is dat de REM slaap cruciaal is voor het verwerken van informatie. Bij gebrek hieraan worden we immers sneller moe en geprikkeld, en hebben we meer moeite om nieuwe informatie op te nemen.

Dromen en slapen: denkpatroon bijsturen

Waarom we precies dromen als we slapen, is onduidelijk. Al helemaal omdat de hersenen anders werken wanneer we dromen: doordat het rationele aspect verdwijnt, dromen we vaak onlogisch en onsamenhangend. Bovendien worden oude zaken in verband gebracht met nieuwe zaken, waardoor nieuwe patronen van denken en handelen kunnen ontstaan. Dit gebeurt allemaal automatisch, maar kan wel gevolgen hebben voor hoe we denken overdag.

Soorten dromen

Er bestaan verschillende soorten dromen, waarvan lucide dromen misschien wel het meest tot de verbeelding spreken. Lucide verwijst naar de heldere staat waarin de dromer zich bevindt. Het zijn namelijk dromen waarin we weten dat we aan het dromen zijn en dus actief de inhoud kunnen sturen. Ze kunnen ons helpen om situaties te simuleren en angsten te overwinnen.

Waarom zomertijd en wintertijd?

Het is een halfjaarlijks terugkerend fenomeen: het vooruitzetten van de klok in maart om over te schakelen op zomertijd, en het achteruit zetten van de klok in oktober om over te schakelen op wintertijd. Vooral in maart is niet iedereen het eens met het sprongetje: we slapen dan een uurtje minder, wat bij sommigen tijdelijk zorgt voor een verstoord slaapritme.

Ook vanuit praktische overwegingen, zijn er best wel wat tegenstanders. Lees hier waarom zomertijd en wintertijd in het leven werden geroepen.

Klok vooruit, klok achteruit

De zomertijd zoals we die vandaag kennen, werd in 1905 bedacht door de Britse aannemer William Willet. Oorspronkelijk bestond dus enkel de wintertijd.

Waarom heeft William Willet deze dan in het leven geroepen? Omdat hij zich realiseerde dat een groot deel van de bevolking nog sliep, terwijl het eigenlijk al lang dag was. Dat hij tevens zijn avondlijke golfpartijen moest stoppen omdat het donker werd, zou zijn motivatie verder hebben aangewakkerd.

Willet zou zijn hele leven lobbyen om de zomertijd in te voeren, maar het was uiteindelijk Duitsland en niet Groot-Brittanië die op 30 april 1916 als eerste zwichtte. Het was namelijk de ideale maatregel om in oorlogstijd kostbare kolen te besparen. Andere landen volgden Duitsland al snel. Sterker nog, sinds 2002 doet zelfs de hele EU mee.

Waarom zomertijd?

De zomertijd beschermt onze nachtrust. Zonder zomertijd zou het eind juni in het holst van de nacht licht worden, en omstreeks half tien ‘s avonds terug donker. Door een sprongetje te maken met de klok, wordt het later licht, en dus ook later donker. Doordat er pas later verlichting nodig is, verbruiken huishoudens tevens minder stroom.

Waarom geen zomertijd?

…maar er zijn dus ook nadelen. Zo zou de zomertijd de prestaties van scholieren en sporters negatief beïnvloeden. De verschuiving van onze biologische klok, maakt namelijk dat we (zij het kortstondig) cognitief en fysiek minder goed functioneren. De eerste dagen na de invoering van het zomeruur worden er zelfs meer verkeersongevallen vastgesteld, omdat mensen niet goed uitgeslapen achter het stuur van de wagen kruipen.

Daarnaast zijn mensen door hun slaaptekort ook prikkelbaarder, waardoor er meer kalmeermiddelen genomen worden.

Verder brengt de uurwisseling ook extra risico met zich mee, voor mensen die gevoelig zijn aan een hartinfarct. Twee Zweedse onderzoekers, genaamd Imre Janszky en Rickard Ljung, onderzochten namelijk de invloed van de uurverandering op het aantal diagnoses van hartinfarct. De onderzoekers ontdekten dat de eerste drie dagen na de uurverandering in de lente het aantal infarcten maar liefst met 5% gestegen was! Bij de uurwisseling in de herfst daarentegen, werd een daling van het aantal hartinfarcten vastgesteld.

Een laatste argument om de zomertijd af te schaffen, is de verhoging van luchtverontreiniging en fotochemische polluenten tijdens deze periode. Doordat het langer licht is, worden primaire vervuilers omgezet in secundaire vervuilers en blijft de vervuiling laag hangen. Tijdens de zomer krijgen we dus vaker te maken met smogalarm. Ook het gebruik van airco op het werk en in de auto neemt significant toe doordat het overdag langer warm is. Is de zomertijd dus wel zo goed voor het milieu als we initieel denken? En weegt het voordeel van minder stroom op tegen de verhoogde luchtverontreiniging?

Volgens ons toch wel stof tot nadenken!